Title Page

Heb je een vraag? LIV luistert,
informeert en denkt met je mee !

Werk
Als zelfstandige

Ontdek alles over de verschillende statuten van werken als zelfstandige.

Lees meer

Als zelfstandige

Je kan werken als zelfstandige in hoofdberoep, als zelfstandige in bijberoep, als helpster of als meewerkende echtgenote. Lees hieronder meer over de verschillende  statuten.

Zelfstandige in hoofdberoep

Een zelfstandige is een persoon die in België een beroepsactiviteit uitoefent zonder gebonden te zijn aan een arbeidsovereenkomst of een statuut. Er bestaat geen vorm van ondergeschiktheid. Het is dus iemand die beroepshalve geen werknemer of ambtenaar is.

Om die reden heeft hij een eigen sociaal statuut en is hij onderworpen aan een specifieke regeling inzake de sociale zekerheid.Via de sociale bijdragen open je rechten als zelfstandige  op kinderbijslag, gezondheidszorg, pensioen, faillissementsuitkering, palliatief - en zorgverlof. Dit alles heet het sociaal statuut van de zelfstandige.

De bedragen, die je als zelfstandige moet betalen in het sociaal statuut liggen niet definitief vast. Ze hangen af van de hoogte van het beroepsinkomen van drie jaar voordien. Zo worden de bijdragen voor 2014 berekend op het inkomen van 2011. Er is zowel een minimum- als een maximumbedrag voorzien.

Zelfstandige in bijberoep

Je oefent al een beroep uit voor een werkgever, maar je wil tegelijkertijd nog als zelfstandige aan de slag. Dat kan. Je bent zelfstandige in bijberoep wanneer je tegelijk en hoofdzakelijk nog een andere beroepsactiviteit uitoefent. Het kan gaan om een beroepsbezigheid :

  • als loontrekkende

Deze job moet minstens de helft bedragen van een fulltime job in de onderneming of de branche. Voorbeeld : een bediende met een bijverdienste als zelfstandig landbouwer

  • in het onderwijs

Deze betrekking moet wel minstens 6/10 van een volledige uurrooster bedragen. Als zelfstandige in bijberoep betaalt je ook de voorziene bijdragen. Toch blijft u de sociale voordelen genieten uit het andere sociale stelsel waaraan je onderworpen bent doorje hoofdactiviteit of statuut (bvb werknemer).

Je rechten zijn dus eerder beperkt. De gestorte bijdragen dragen bij tot het evenwicht van het stelsel van de zelfstandigen.

Aansluiten als helper of helpster

Een helper of helpster van een zelfstandige is officieel "iedere persoon, die in België een zelfstandige in de uitoefening van zijn beroep bijstaat of vervangt, zonder tegenover hem door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden." Het statuut van helper of helpster kan enkel in een eenmanszaak, niet in een vennootschap.

Als helper of helpster moet je je inschrijven bij een sociaal verzekeringsfonds ten laatste op de dag van de start van je activiteit. Ook hier zijn er weer enkele uitzonderingen:

  • als je ongehuwd bent, en nog geen 20 jaar, moet je je nog niet inschrijven
  • je inschrijving is verplicht vanaf 1 januari van het jaar waarin je 20 wordt.
  • als je toevallige helper bent, moet je je niet inschrijven: je werkt heel onregelmatig als helper, en dit minder dan 90 dagen per jaar.
  • als je student bent en nog recht hebt op kinderbijslag (tot maximum 25 jaar) moet je je nog niet inschrijven. Daarbij geldt de 240-urenregel: je krijgt kinderbijslag voor een heel kwartaal, op voorwaarde dat je in dat kwartaal niet meer dan 240 uren hebt gewerkt. Werk je meer dan 240 uren, dan gaat de kinderbijslag voor de drie maanden van dat kwartaal verloren. Als je geen kinderbijslag meer krijgt, moet je je aansluiten bij het sociaal verzekeringsfonds. Tijdens de schoolvakanties gelden soepelere regels.

Aansluiten als meewerkende echtgenoot/echtgenote

Wie meewerkende echtgenoot of echtgenote van een zelfstandige is en zelf geen gelijkwaardig statuut heeft, moet aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds ten laatste op de dag van de start van je activiteit. Dat geldt ook voor wie niet gehuwd is, maar bij de gemeente een bewijs van wettelijk samenwonen heeft afgehaald.

Wie geboren is na 1955 heeft als meewerkende echtgenoot of echtgenote automatisch het zogenaamde maxistatuut. Dat is een volwaardig fiscaal en sociaal statuut. Het beroepsinkomen wordt in dat geval fiscaal gesplitst. De meewerkende echtgenoot of echtgenote verwerft een eigen inkomen, met een eigen kostenaftrek en ook de sociale bijdragen worden dan apart berekend.

Ben je geboren voor 1956, dan heb je de keuze tussen het ministatuut of het maxistatuut. Kies je voor het ministatuut, dan ben je alleen verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Word je arbeidsongeschikt, dan krijg je een uitkering van het ziekenfonds. Je betaalt dan ook bijdragen die worden berekend op het beroepsinkomen van je zelfstandige echtgenoot of echtgenote.

Als je een gelijkwaardig statuut hebt, kan je niet aansluiten als meewerkende echtgenoot of echtgenote. Je hebt een gelijkwaardig statuut:

  • als je ook minstens halftijds als werknemer in loondienst werkt in de privé- of openbare sector
  • als je als vast benoemde leerkracht minstens 6/10 van een volledig lesrooster geeft; 5/10 volstaat als niet-vast benoemde leerkracht
  • als je zelf ook zelfstandige bent (uiteraard moet je er dan voor zorgen dat je als zelfstandige aangesloten bent bij een sociaal verzekeringsfonds, maar als meewerkende echtgenoot/echtgenote is er dus geen bijkomende aansluiting nodig)
  • als je zelf een vervangingsinkomen ontvangt waardoor er eigen rechten op sociale uitkering worden geopend (werkloosheid, een pensioen op jouw naam, brugpensioen, arbeidsongeschiktheid, ...)
  • als je echtgenoot of echtgenote of de persoon met wie je wettelijk samenwoont, uitsluitend bedrijfsleider is van een vennootschap (zaakvoerder, mandataris of werkend vennoot).

Belangrijk! Als je tegelijkertijd ook aandelen hebt in de vennootschap, dan ben je werkend vennoot, en moet je je aansluiten als zelfstandige. Het statuut van meewerkende echtgenoot is hier dan geen optie.