Title Page

Heb je een vraag? LIV luistert,
informeert en denkt met je mee !

Familie & relatie
Pas afgestudeerd

Eens afgestudeerd, wil je dochter of zoon natuurlijk zo snel mogelijk aan de slag! Waar moeten ze aan denken. En wat betekent dat voor de ouders?

Lees meer

Pas afgestudeerd, wat nu?

Eens afgestudeerd, wil je dochter of zoon natuurlijk zo snel mogelijk aan de slag!
De kennis in de praktijk brengen en eindelijk écht onafhankelijk zijn. Ook financieel.
Maar waar moeten ze aan denken.
En wat betekent dat voor de ouders? Hoe zit het met de kinderbijslag? Zijn ze nog  fiscaal ten laste? En misschien gaan ze  nog deeltijds verder studeren?

Inschrijven bij de VDAB

De eerste grote opdracht voor zowat elke schoolverlater is zich inschrijven als werkzoekende bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling, de VDAB. Dat kan in het plaatselijke kantoor of via de VDAB-website.

Bij de inschrijving wordt een jobprofiel opgemaakt en begint de beroepsinschakelingstijd van 1 jaar (eigenlijk 310 dagen zonder de zondagen)  te lopen. Dat werd vroeger de wachttijd genoemd. Het eerste jaar als werkzoekende krijgt je kind  geen uitkering.

Studeert je kind af in eerste zit? Dan is het belangrijk dat hij zich vóór 10 augustus inschrijft. Op die manier start de beroepsinschakelingstijd op 1 augustus.

Schrijft hij zich pas in op 10 augustus of later, dan start de beroepsinschakelingstijd op het moment van inschrijving.

Studeerde men af in tweede zit of beëindigt men de studies tijdens het schooljaar?

Schrijf dan zo snel mogelijk daarna in. De beroepsinschakelingstijd start op de dag van inschrijving

Heeft men na 7 maanden nog geen werk, dan krijgt je kind een brief van de RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening). Zij nodigen je kind uit voor een gesprek, waarin je kind moet aantonen welke inspanningen het al geleverd heeft. Het is dus verstandig om alles op papier te hebben. 11 maanden na de inschrijving volgt er een nieuwe controle. Je kind komt alleen in aanmerking voor een uitkering na 2 opeenvolgende positieve evaluaties. Een negatieve beoordeling leidt automatisch tot uitstel van de uitkering.

Enkel als je kind de dag nadat hij afstudeert al aan de slag kan, moet hij  zich  niet inschrijven bij VDAB want de beroepsinschakelingstijd begint automatisch te lopen zodra hij werkt.

Opgelet: vind je kind deeltijds werk? Dan schrijf hij zich vanaf de eerste werkdag best opnieuw in bij VDAB als deeltijds werkzoekende. Anders zal de beroepsinschakelingstijd slechts gedeeltelijk doorlopen (en dus langer duren).

Opgelet: om een inschakelingsuitkering te kunnen aanvragen moet men de beroepsinschakelingstijd van 1 jaar doorlopen hebben én jonger zijn dan 25 jaar.

Is je kind 25 of wordt het 25 vooraleer het einde van de beroepsinschakelingstijd bereikt werd? Dan heeft het geen recht op een inschakelingsuitkering. Het heeft wel recht  op een werkloosheidsuitkering op voorwaarde dat er in een bepaalde periode gewerkt werd en daarna werkloos werd. Kort gezegd moet je kind minstens 312 dagen werken binnen een periode van 21 maanden vóór hij  werkloosheidsuitkering aanvraagt.

Mag een afgestudeerde nog een studentenjob doen?

Het feit dat uw zoon of dochter zich inschrijft als werkzoekende zal hem/haar niet beletten om nog een studentenjob te kunnen uitoefenen in de maanden juli, augustus en september, ten minste als hij/zij al niet boven de 50 toegelaten dagen zit.
Vanaf oktober is uw kind evenwel geen student meer, maar werkzoekende. Hij/zij kan dan geen studentenarbeid meer doen.
Doet uw zoon/dochter in augustus of september van dit jaar een studentenjob, dan loopt de beroepsinschakelingstijd in die periode gewoon door.
Werkt hij/zij bijvoorbeeld 14 dagen als jobstudent, dan telt deze periode met andere woorden mee voor de beroepsinschakelingstijd. De dagen studentenarbeid in juli tellen integendeel niet mee als beroepsinschakelingstijd, wat logisch is, vermits die pas vanaf 1 augustus begint te lopen.

Inschrijven bij de ziekenkas

Als student en tijdens de beroepsinschakelingstijd is het kind in principe via de ouders als ‘persoon ten laste’ aangesloten bij een ziekenfonds.
Maar zodra hij  een job heeft, als zelfstandige werkt of wanneer de beroepsinschakelingstijd verstreken is of  als hij 25 jaar wordt (zelfs als je nog verder studeert) moet hij zichzelf inschrijven wil hij in orde blijven met de ziekteverzekering.

Heb ik als ouder nog recht op kinderbijslag?

U kunt ook uw kinderbijslag voor uw zoon/dochter behouden, maar dit enkel als uw kind in de komende zomermaanden maximaal 240 uren werkt. Voor een schoolverlater geldt de 240 urengrens dus ook in de zomermaanden (dat is niet zo voor de andere studenten). Vindt uw zoon/dochter opvolgend niet dadelijk werk dan blijft u gerechtigd op kinderbijslag (maximaal tot hij/zij 25 jaar is) tot hij een inschakelingspremie krijgt.  Voorwaarde is wel dat zijn/haar inkomen niet meer bedraagt dan  520,08 bruto per maand.

En wat met de belastingen?

Op het vlak van belastingen moet je met twee aspecten rekening houden: de belastingen die je als ouders betaalt en de belastingen die het kind moet betalen.

Ten laste van  ouder(s)?

Als 'ouders' krijgt men belastingvermindering voor de kinderen die zelf weinig of geen inkomen hebben. De alimentatie die men  ontvangt , wordt beschouwd als een gewoon inkomen. Het kind (eender weke leeftijd)  moet het aangeven in zijn  belastingaangifte. Maar 80% van dat ontvangen onderhoudsgeld is effectief belastbaar en wordt dus meegeteld.
De hoogte van de  netto bestaansmiddelen van het kind  bepalen of het  bij de belastingaangifte van volgend jaar als fiscaal ten laste  zal beschouwd worden. Kinderbijslag en studietoelagen worden hierbij niet meegerekend.
Om fiscaal ten laste te blijven van  ouders, mag  een kind  in 2016 (aanslagjaar 2017) geen netto bestaansmiddelen hebben genoten die meer bedragen dan

  • € 3 140 als kind ten laste van gehuwde of samenwonende ouders
  • € 4 530 als kind ten laste van een alleenstaande ouder
  • € 5 750 als mindervalide kind ten laste van een alleenstaande ouder

Zelf belastingen betalen?

Pas wanneer je netto belastbaar jaarinkomen van 2016 het bedrag van € 7.420 overschrijdt, zal je als student zelf belastingen moeten betalen.